Verslag Dagtocht naar Texel.

Dagtocht naar Texel op woensdag 15 september 2021

Na 2x uitstel vandaag naar Texel. Op het parkeerterrein bij de kerk staan al vroeg veel deelnemers; iedereen heeft er zin in! Om half negen komt de bus van Midland Tours voorrijden.

De vorige dagtocht (2 jaar geleden) was ook met Midland Tours naar de Ooijpolder en Nijmegen. Midland Tours is een in 2016 gestarte reisorganisatie uit Nijkerk waarvan de 2 eigenaren ieder meer dan 17 jaar ervaring hebben met het organiseren van dagtochten en meerdaagse busreizen. Het motto van Midland Tours is ‘Gevoel voor reizen!’ met vakmanschap, passie en aandacht als kernwaarden.

Op de valreep even voor kwart voor negen komen de laatste 2 deelnemers aanrijden en vertrekken we met 50 personen. In de bus is het dragen van een mondkapje verplicht. Roel, een van de 2 eigenaren van Midland Tours, is onze chauffeur en reisleider. Naar en van Texel is het belangrijk op tijd bij de veerboot te zijn; een uur wachten in een volle bus is geen pretje.

 

We gaan richting Enkhuizen over de Houtribdijk en de mist trekt langzaam op.

Het is voor ons gewoon, we wonen eigenlijk in een bijzonder door mensen gemaakt gebied onder de zeespiegel. In het buitenland wordt vaak gevraagd: ‘Is het daar wel veilig?’ of ‘Durf je daar wel te wonen?’ (zie ook De Zuiderzeewerken)

Houribdijk, Markerwaarddijk of Enkhuizerdijk: Hoe heet die dijk?
De bouw van de dijk begon in 1963, de dijk is 26 km lang en is aangelegd voor inpoldering van het laatste en zuidwestelijke gedeelte van het IJsselmeer de Markerwaard. In 1975 plaatste prins Claus de sluitsteen en, later werd duidelijk, was dit het laatste deel van de Zuiderzeewerken.

Officieel heet de dijk Houtribdijk. De Houtrib was een vaargeul tussen de ondiepe gedeelten in de Zuiderzee van het Enkhuizerzand naar Urk. De gemeente Lelystad noemt het gedeelte binnen de gemeentegrens de Markerwaarddijk en de gemeente Enkhuizen hun deel de Sluisweg.

De dijk is een deel van de N307; de provinciale weg van Hoorn, via Lelystad naar Kampen. Deze N307 gaat door 3 provincies en verbindt 3 autosnelwegen (A7 bij Hoorn, A6 bij Lelystad en de N50 (wordt A50) bij Kampen. Met aan beide zijden water is het eigenlijk geen dijk maar een dam.

Tussenstop in Wognum

Om half 10 stoppen we in Wognum bij café-restaurant-partycentrum Stam voor koffie/thee met gebak. Het is binnen een authentiek bruin café met 3 biljardtafels. Gezellig om weer bij elkaar te zitten. Vervolgens op weg naar Den Helder waar we de boot van half 12 moeten halen.

De Wieringermeer

Op de A7 komen we ongemerkt in de Wieringermeer en gaan verder richting Den Helder.

In Den Helder bij de TESO veerhaven

We zijn keurig op tijd en varen met de Texelstroom, een veerboot van rederij TESO. Dit schip is sinds 2016 in de vaart en heeft een gas/diesel/elektrische voortstuwing. Er kunnen 340 auto’s (zonder vrachtwagens) en 1750 passagiers op. Er staat een lange rij auto’s, vrachtwagens en bussen die op het schip moeten en het is verbazingwekkend dat dat allemaal zo snel gaat.

Aankomst op Texel

Na een half uur varen zijn we om 12 uur op Texel en onze gids Nel staat bij de bushalte.

Nel Witte is een geboren en getogen Texelaarse. De naam Witte komt veel voor en er zijn verschillende Witte takken b.v. Witte van de baron. Als je de tak noemt weet iedereen op Texel waar je bij hoort.

Texel met bijna 14.000 inwoners is het grootste Nederlandse Waddeneiland en is 20 km lang en gemiddeld 8 km breed. Texel behoort tot de provincie Noord Holland.

Informatie over Texel

Eilandvorming

Tijdens de Allerheiligenvloed in 1170 zijn de eilanden Texel, Vlieland, Wieringen, de voormalige Zuiderzee en de Waddenzee ontstaan.

Als gevolg van de ontginningen en ontwateringen was het land in de loop der tijd ingeklonken en lager komen te liggen. Een tijdelijke opwarming van het klimaat zorgde voor grotere weersextremen, en maakte het ingeklonken land kwetsbaar. Het Noord-Hollandse landschap werd ingrijpend gewijzigd door deze catastrofale overstroming in 1170, waarbij duizenden mensen omkwamen.

Het noordelijker gelegen Eierland werd in de loop van een aantal eeuwen onderdeel van Texel. In 1630 werd de Zanddijk voltooid die beide Waddeneilanden met elkaar verbond. In 1835 richtte de uit Antwerpen afkomstige Nicolas Joseph De Cock  samen met enkele andere heren een NV op die de kwelder tussen Eierland en Texel zou inpolderen voor agrarisch gebruik. In de nieuw aangelegde polder Eierland werd in 1836 ook een dorp gesticht dat aanvankelijk Nieuwdorp heette, maar dat later naar hem genoemd werd De Cocksdorp.

Moderne geschiedenis

Kort voor het einde van de oorlog, in februari 1945, werd op het eiland het 822e Georgische bataljon gelegerd. Dat bataljon, bestaande uit 400 Duitsers en 800 Georgische vrijwilligers (onder wie een groot aantal Sovjet-krijgsgevangenen), had de taak het op te nemen tegen de geallieerden.

In april 1945 vond grootschalige muiterij plaats onder de Georgiërs. Deze opstand van de Georgiërs, ook wel bekend als de Russenoorlog, richtte zich tegen de Duitse bevelhebbers, die op dat moment aan de verliezende hand in de oorlog waren. De muiterij werd beantwoord met een Duits tegenoffensief, dat zou duren tot voorbij de Duitse overgave in Wageningen op 5 mei 1945. Pas op 20 mei arriveerden Canadese soldaten op Texel en werd ‘Europa’s laatste slagveld’ bevrijd. Onder de Georgische opstandelingen, de Duitse militairen en de Texelse burgerbevolking vielen in totaal ten minste 1.000 doden.

Het grootste dorp en tevens de hoofdplaats van de gemeente is Den Burg, midden op het eiland. In het zuiden van Texel liggen Den Hoorn en ’t Horntje, het laatste bevindt zich aan het Marsdiep. Oudeschild en Oosterend bevinden zich aan de oostkant van het eiland. De Koog is gelegen naast de duinen in het westen en in het noorden van de gemeente ligt De Cocksdorp. Andere dorpen op Texel zijn Zuid-Eierland tussen Den Burg en De Cocksdorp en De Waal net ten oosten van Den Burg.

Landschap

Het landschap op Texel is rijk en divers. Texel heeft behalve polders, brede zandstranden, duinen en graslanden ook heide, bos en kwelders. Rond Den Hoorn in het zuiden bloeien in mei grote bollenvelden. Nationaal Park Duinen van Texel beheert de zuidpunt van Texel, het gebied De Duinen tussen Den Hoorn en De Koog, De Dennen, De Slufter en De Muy.

 

De harde kern van het eiland wordt gevormd door de Hoge Berg die ligt tussen Oudeschild en Den Burg. Het is een lage stuwwal ontstaan in het Drenthestadium van het Saalien (de op een na laatste ijstijd).

Het hoogste punt ligt op 15 meter boven NAP. Ondanks de bescheiden hoogte kan men van hier af het hele eiland overzien. Keileem komt hier dicht aan de oppervlakte. Dit vormt een harde, voor water ondoordringbare laag.

Rond de percelen liggen zogenaamde tuunwallen. Dat zijn walletjes die uit plaggen zijn opgebouwd. Deze tuunwallen vormen samen met de glooiingen van het gebied een door velen gewaardeerd landschap. Het gebied is dan ook een landschapsreservaat. Op een helling van de Hoge Berg liggen ook het Doolhof, een bosje uit 1764, en de Zandkuil, Nederlands eerste insectenreservaat.

Een bijzonder fenomeen is De Slufter, een gebied binnen de brede duinketen aan de noordwestkant van het eiland, vol kreken en geulen, dat in open verbinding staat met de Noordzee. Het is ontstaan na de aanleg van de ‘Zanddijk’ tussen het Oude Texel en Eyerland in 1629 en verschillende mislukte pogingen westelijk hiervan de duinenrij te sluiten. Bij vloed loopt een deel van De Slufter onder water en bij eb loopt het water door de geulen weer terug naar zee. Daardoor is slibvorming en verzilting ontstaan en moest de vegetatie zich aanpassen. Oostelijk van De Slufter ligt de Eijerlandse polder. Ertussen ligt de Zanddijk.

Eijerland was ooit een eilandje ten noorden van Texel. Het werd toen Yerland genoemd. Door menselijk ingrijpen, het plaatsen van zandvasthoudende beplanting (onder andere helmgras) en beschutting werden strand en duinen aan de noordwestkant van Texel verbreed. Men begon daarmee in 1629. Ten slotte kon een zanddijk worden aangelegd, die de twee eilanden met elkaar zou verbinden. In 1846 werd de polder De Eendracht drooggelegd, in 1847-1848 de Prins Hendrikpolder en in 1876 de polder Het Noorden.

Voortdurend moet strijd worden geleverd tegen de kracht van zee en wind. Bij zware storm kunnen tientallen of zelfs honderden meters duin worden weggeslagen.

In 1864 werd in het noorden bij De Cocksdorp de vuurtoren Eierland geplaatst, op ongeveer 3 km van de zee. Nu staat de zee vlak onder de toren, die door een asfalthelling en verschillende aangelegde zeeweringen wordt beschermd. Het strand is zich nu langzamerhand weer aan het verbreden.

Ook in het zuidwesten slibt voortdurend materiaal aan. Aan de oostkant van Texel loopt een dijk (Lancasterdijk) die het eiland beschermt tegen de Waddenzee. Hier is het monument De Schicht geplaatst dat herinnert aan de verhoging van de dijken tot deltahoogte.

Het hele duingebied van Texel, van de Hors tot aan de vuurtoren vormt het Nationaal Park Duinen van Texel. In 2008 besloot de provincie Noord-Holland het duingebied van Texel aan te wijzen als aardkundig monument. De status geldt voor de duinen tussen de vuurtoren bij De Cocksdorp en de zuidpunt van Texel. De ‘onthulling’ van het monument vond plaats op 8 oktober 2008 op de Bertusnol, een van de hoogste duinpunten van het eiland. De provincie Noord-Holland kent 17 Aardkundige Monumenten, gebieden met ‘unieke aardkundige waarden’ die planologische bescherming genieten.

Flora en fauna

Texel is een geliefd oord voor vogelliefhebbers. Op sommige dagen kan een ervaren vogelaar wel honderd verschillende soorten waarnemen. Er broeden in het voorjaar vooral in de duingebieden ongeveer 80 verschillende vogelsoorten, maar in totaal zijn zo’n 300 soorten op Texel waargenomen. De Muy, een duingebied tussen De Koog en De Slufter is een beschermd gebied; het is de broedplaats van de oudste lepelaars kolonie van Nederland. Andere opvallende vogelsoorten op Texel zijn de dwergstern en de velduil. De zilvermeeuw komt er in grote aantallen voor.

De vegetatie is rijk en gevarieerd. De fauna minder, vanwege de geïsoleerde ligging van het eiland. Toch leven er nog hermelijnen, bruine ratten, vijf muizensoorten, konijnen, hazen, kleine amfibieën als kikkers, rugstreeppadden en watersalamanders.

Er zijn ook diverse vlindersoorten op Texel te vinden, waaronder de atalanta, distelvlinder, Sint-jacobsvlinder, duinparelmoervlinder en sinds 1995 het groentje. Er zijn daarnaast ook duizenden insectensoorten op het eiland waargenomen.

Folklore

Texel heeft diverse folkloristische gebruiken. Op 12 december wordt Ouwe Sunderklaas gevierd. Dit is een restant van het Sinterklaasfeest zoals dat werd gevierd voordat het in de 19e eeuw werd verburgerlijkt.

 

In alle dorpen wordt er gespeuld. Speulen wil zeggen dat een bepaald plaatselijk nieuwsfeit van het afgelopen jaar wordt nagespeeld en in een bepaald daglicht gesteld. Dat speulen gebeurt gemaskerd, zodat de speulers niet te herkennen zijn. De hele nacht wordt er verder gefeest waarbij er veel drank vloeit.

Op de zaterdag vóór Pinksteren wordt op Texel net als elders in Noord-Holland Luilak gevierd. Bij dit feest is het de bedoeling dat de jongen de ouden wekken. Vanaf ongeveer vier ’s morgens trekt de jeugd de straten op en begint daar kabaal te maken. Belletjelellen, met zeep de ramen bekladden en door de brievenbus schreeuwen zijn manieren om de ouden uit bed te krijgen. Hoewel het feest door vandalisme een slechte naam heeft gekregen, is het in oorsprong een vredelievend, Germaans feest dat tot doel had het begin van de lente te vieren. Volgens sommigen heeft het kabaal maken ooit de bedoeling gehad boze geesten te verdrijven, maar zeker is dit niet. Het is waarschijnlijker dat het kabaal altijd al gediend heeft als wekmiddel: de jongen wekken de ouden om hen de ontluikende natuur, de schoonheid van de lente, te tonen.

Op 30 april wordt de meierblis aangestoken. Dat zijn grote vuren van afval- en snoeihout. Deze vuren worden aan het begin van de avond aangestoken. Sommigen poffen in dit vuur hun aardappels. Ook raakt het gebruik meer in zwang om de gezichten zwart te maken met het as. Volgens folkloristische deskundigen is de meierblis een restant van een Germaans gebruik om met vuren de geesten van de winter te verdrijven. In 2003 waren er ongeveer 110 meierblissen op Texel.

Op 11 november wordt Sint-Maarten gevierd. Hierbij gaan kinderen met een lampion in de hand langs de huizen. Er wordt aangebeld en een lied gezongen, waarbij de bewoner de kinderen beloont met snoep, fruit of kleingeld.

Klederdracht

Op Texel ontstond in de zeventiende eeuw, net zoals in veel gebieden in Nederland, een streekdracht.

Deze dracht gold voornamelijk voor vrouwen: Texelse mannen droegen doorgaans eigentijdse streekkleding, die weinig verschilde van streekkleding elders in het land. Texelse vrouwen gingen gekleed in een jak (een kort en wijd jasje) en een geplooide rok die net niet tot de grond kwam. Het kenmerkendst voor de Texelse klederdracht was de zogenoemde ‘Texelse kap’. Dit was een oorijzer dat werd gedecoreerd met kant, dat aan de onderzijde geplooid was. Het oorijzer was gemaakt van tin, zilver of goud, afhankelijk van de rijkdom van de draagster. Bij het voorhoofd werden aan de weerszijden van de kap soms ’toertjes’ bevestigd, lokken haar. De ‘voornaald’, een dunne en lange metalen reep, werd bij het voorhoofd aangebracht. Bij gehuwde vrouwen werd dit links aangebracht en bij ongehuwde vrouwen rechts.

De Texelse streekdracht was tot aan het begin van de twintigste eeuw nog gebruikelijk, maar is in de loop der tijd daarna uit het straatbeeld verdwenen. De kleding is nu enkel nog te bewonderen in het streekmuseum Oudheidkamer Texel en op de jaarlijkse folkloremarkt in Den Burg.

 

Verder worden inwoners van het eiland die in Den Helder geboren zijn, en dus niet op Texel zelf zijn geboren, op enigszins pejoratieve wijze aangeduid als Helderse kraaien. Op Texel is geen ziekenhuis, en dus ook geen kraamafdeling. Hierdoor gebeurt het dat Texelaars in Den Helder geboren kunnen worden. Deze bijnaam gaat niet op voor ‘import’, mensen die later naar Texel zijn verhuisd. In de rest van West-Friesland werd de bijnaam kwallen gebruikt om Texelaars te duiden.

Gastronomie

In de 16e eeuw en in de 17e eeuw was de Texelse schapenkaas door z’n bijzondere smaak al (wereld)bekend. Naast de normale witte kaas, werd er namelijk ook een bijzondere groene kaas gemaakt. Deze kaas was groen gekleurd door een procedé waarbij schapenkeutels in een neteldoek werden gekookt, om vervolgens het groene sap daarvan in de melk te laten lopen. Hier werd dan de kaas van gemaakt, die door het mestsap een pittige smaak kreeg en bovendien beter houdbaar was. Dit bijzondere ingrediënt in combinatie met het Texelse gras waar de schapen op grazen én de ambachtelijke bereiding, maakte het tot een bijzondere kaas. Om redenen van hygiëne werd de kaas in de jaren dertig door de Nederlandse Keuringsdienst van Waren verboden.

De Texelse Bierbrouwerij, gevestigd nabij Oudeschild, bestaat sinds de jaren 90 en is lid van de Nederlandse Brouwers. Alle biernamen zijn opgesteld in het Texels dialect. Bekende vaste bieren in het assortiment van de brouwerij zijn de Texels Skuumkoppe, een weizenbier, en Texels Eyerlander, een amberbier.

Bezienswaardigheden

Georgische begraafplaats op de Hoge Berg. Jac. P. Thijsse monument in de vijver aan de Elemert in Den Burg. Kaap Oosterend in Oosterend. Kaap Skil en De Traanroeier in Oudeschild.

 

Licht van Troost in Mokbaai. Luchtvaart- & Oorlogsmuseum Texel bij het Vliegveld Texel in Eierland. Oudheidskamer in Den Burg. Schipbreuk- en Juttersmuseum Flora tussen Den Burg en De Koog. Vuurtoren Eierland op Noord-Texel nabij de Cocksdorp.

Overblijfselen van middeleeuwse en napoleontische forten bij Oudeschild.

Economie

Vandaag de dag zijn de grootste economische sectoren op Texel de landbouw, de veeteelt en het toerisme. Er worden duizenden schapen en koeien op het eiland gehouden. Een bekend schapenras afkomstig van Texel, is de Texelaar. Er worden aardappelen, suikerbieten, granen verbouwd en bloembollen geteeld.

 

In de tijd van de VOC (17e en 18e eeuw) vertrokken de schepen uit Amsterdam, Enkhuizen en Hoorn vanaf de rede van Texel naar de Oriënt. Dit bracht veel werkgelegenheid op het eiland. Zo waren er bijvoorbeeld veel loodsen nodig om de schepen veilig door het Moddergat langs de zuidpunt te leiden. Vóór vertrek werd ook drinkwater uit de waterputten op het eiland aan boord gebracht (zie bijlage).

De rol van werkverschaffer werd later overgenomen door de walvisvaart. Ook de visvangst was een belangrijke bron van inkomsten.

De haven van Oudeschild was het centrum van al deze activiteiten. Tegenwoordig herbergt Oudeschild een vloot van ongeveer dertig Noordzee-kotters en enkele kleinere kotters voor de garnalenvisserij op de Waddenzee. Daarnaast heeft het plaatsje een moderne jachthaven. Op het eiland is sinds begin vorige eeuw ook het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) gevestigd.

Vanuit Den Helder wordt een geregelde veerdienst met het eiland onderhouden door de Koninklijke N.V. Texels Eigen Stoomboot Onderneming (TESO) waarvan de aandelen merendeels in handen zijn van de eilandbewoners. In de zomerperiode (tussen eind april en eind september) is er nog tweede veerdienst van en naar Texel, namelijk tussen Texel (De Cocksdorp) en Vlieland. Deze dienst is enkel voor voetgangers en fietsers. De uitbater is de rederij De Vriendschap. Met de boot die deze veerdienst verzorgt, kunnen in deze periode ook robbentochten worden gevaren.

Texel heeft een eigen luchthaven, Vliegveld Texel.

Dit betekent dat er rechtstreekse vluchten van en naar het buitenland kunnen plaatsvinden. Er zijn geen (geregelde) lijndiensten. In het verleden voerde de KLM lijnvluchten uit tussen Texel en Schiphol.

Het vliegveld wordt vooral gebruikt door de recreatieve luchtvaart waaronder voor parachutespringen en rondvluchten, maar ook door de zakenluchtvaart.

Daarnaast wordt het vliegveld gebruikt voor les-, politie-, kustwacht- en inspectievluchten. Bij die laatste worden er onder andere bruinvissen, zeehonden, vogels en eenden geteld vanuit de lucht. Eens in de drie jaar wordt de Texel Airshow gehouden.

Onderweg op Texel

Nel leidt de bus al snel van de hoofdweg naar Den Burg af. We gaan over smalle weggetjes met schapen in de wei en landerijen met ‘tuunwallen’ (afscheidingen in de vorm van wallen tussen de percelen om het vee op eigen grond te houden).We  komen langs het Russenkerkhof en Nel vertelt de geschiedenis daarover.

Verder langs de haven van Oudeschild en even daarna langs een voormalige ektriciteit centrale. Tegenwoordig komen stroom en water via kabels van het vasteland.

We rijden door dorpjes met eigen gebruiken en feesten (zie Folklore) waarover Nel vertelt. Texel heeft geen eigen ziekenhuis. Als een zieke `s nachts naar het ziekenhuis in Den Helder moet is de veerboot in 15 minuten klaar voor vertrekken na melding.

Aan de rand van een dennenbos komen we aan bij het hotel voor de lunch.

Hotel Texel – De Koog is sinds begin 2021 het eerste van der Valk hotel op de Waddeneilanden. Ook hier staan op deze tijd al veel auto’s en enkele bussen. Deze middag komen er vier bussen voor de lunch en ook wij genieten van een uitgebreid en keurig verzorgd lunchbuffet.

Daarna zegt Nel dat we weer verder moeten. Na een hele korte rit zijn we in De Koog voor vrije tijd tot half vier. Het centrum van De Koog is vooral voor toeristen met winkels, restaurants en eettentjes naast elkaar en daar moeten we natuurlijk Texels bier drinken.

Even voor half 4 zijn we allemaal weer terug en gaan we op weg naar de veerboot van vier uur. Er is nog wat tijd over voor een ommetje en we rijden door een bos langs de vroegere woning van Jan Wolkers waarin nog familie woont. Jan Wolkers was beeldhouwer en later een bekend schrijver. Een andere inwoner van Texel was  Jac .P. Thijsse. Hij was enkele jaren onderwijzer in Den Burg en later oprichter van Natuurmonumenten, schrijver van vogelboeken en vooral bekend als schrijver van de teksten in de Verkade plaatjes albums.  Keurig op tijd staan we weer in de rij voor het veer en we nemen afscheid van Nel bij de bushalte.

Op de terugweg rijden we nu over de Amsteldiepdijk; komen over het voormalige eiland Wieringen richting Den Oever en even vóór Den Oever op de A7 richting Hoorn – Amsterdam.

Op de Houtribdijk vóór Lelystad is nog een glimp te zien van de stranden van de Markerwadden. Voor aankomst nog een dankwoord aan Roel voor deze mooie dag en klokslag 6 uur parkeren we bij de Petruskerk en wacht familie op enkele deelnemers.

Piet Groen

 

 

Bijlage: De VOC en Harderwijk

De schepen van de VOC werden op werven in Amsterdam gebouw. Rijke kooplieden gaven opdracht voor de bouw en in 9 maanden werd een schip met behulp van onderaannemers gebouw. Na 1 reis waren de bouwkosten er uit.

Omdat de Zuiderzee niet diep genoeg was vertrokken de schepen naar de Oost vanaf de rede van Texel. Met kleine schepen werden de voorraden en bemanningen naar en van de VOC schepen gebracht. Natuurlijk ging dat niet altijd goed en dat verklaart het grote aantal scheepswrakken (meer dan 400) in de bodem van Flevoland.

In de tijd van de VOC moesten bemanningen in Harderwijk aanmonsteren. Mannen uit de ons omringende landen, werklozen en avonturiers vormden de bemanningen.

Later, in de tijd van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), was Harderwijk van 1814 tot 1909 het belangrijkste werfdepot voor het KNIL. In Harderwijk kon men intekenen voor een vaste dienstperiode in Nederlands-Indië. In het depot werden de soldaten in ongeveer zes weken klaargestoomd voor deze dienst.

Harderwijk had van het begin af een slechte reputatie: Het ‘gootgat of riool van Europa’ en het ‘Sodom en Gomorra’ van Nederland werd het genoemd, waar maatschappelijke verschoppelingen uit alle windstreken in minder dan geen tijd hun handgeld erdoorheen joegen. En dan ging het, zeker in periodes waarin er grote behoefte aan vrijwilligers was (bijvoorbeeld tijdens de Atjehoorlog), niet om kleine bedragen. In 1870 was het handgeld opgelopen tot ƒ 300, in die tijd het jaarsalaris van een arbeider. Het waren gouden tijden voor kroegen en bordelen, maar een gruwel in de ogen van de overwegend streng-christelijke inwoners van Harderwijk. Ook al omdat een niet onaanzienlijk deel van de rekruten uit buitenlanders bestond, met name Belgen, Duitsers, Zwitsers en Fransen. Vooral in de begintijd leek het Indisch leger wel een vreemdelingenlegioen: Franse deserteurs, Duitse ex-officieren, Zwitserse soldaten die nog gevochten hadden in de Krimoorlog. Maar ook Nederlandse soldaten uit de strafdivisies van de Landmacht, die konden kiezen tussen de Oost of de provoost (= militaire strafgevangenis), meldden zich aan. In het stadsmuseum van Harderwijk wordt dit uitgebreid belicht.